HET ZEEGEVOEL

 

De zee doet iets met een mens. Geen sterveling blijft onbewogen bij het geweld van een storm, de rust die een verre einder uitstraalt, de oneindige dieptes die voor mensenogen onzichtbaar blijven… In deze rubriek gaan we op zoek naar de relatie tussen mens en zee.

 Stienestekers houden oude visserstraditie levendig

In Oostduinkerke zagen een tijdje geleden de Stienestekers het licht. Een groep van zo’n dertig vrouwen gaan er in zee garnalen kruien, ‘steken’ in de volksmond. Het initiatief ontstond vanuit de handelaarsvrouwen van Oostduinkerke, maar ook niet-handelaars sloten zich aan. De naam werd ontleend aan Stiene, een vissersvrouw die met een steeknet ging vissen. In de lokale folklore is Stiene een reuzin die meegaat in stoeten en processies, ze is gehuwd met Kos de Paardenvisser en samen hebben ze een kind, Amadientje.

 Ooit uit pure noodzaak

Vroeger gingen veel vrouwen in zee garnalen vissen, wanneer de mannen naar IJsland waren. Dan bleven de vrouwen alleen thuis en moesten ze als kostwinner voor eten zorgen voor het gezin. Dus trokken ze de zee in om garnalen te vangen, niet met paarden maar met steeknetten. De steeknetvisserij is dus een heel oude vorm van strandvisserij. Bij het vissen met het steeknet duwde de vrouw het net voor zich uit. Hierbij stond ze vaak tot aan haar middel in het water. Het net was vastgebonden aan een horizontale houten lat en aan de dromstok of houten steel waarmee het vistuig door het water werd geduwd. Het kruien begon zodra de watertemperatuur dit toeliet. Meestal was dit vanaf maart of april. Men viste van één uur voor tot één uur na laagwater. De vrouwen waren dik aangekleed. Ze droegen een oud kostuum van hun echtgenoot met daaronder versleten oude dekens die ze rond het lichaam wikkelden. Sommigen trokken tot drie mannenbroeken aan. In barre wintertijd droegen ze ook wel een zuidwester, waarrond ze een halsdoek bonden, zodat enkel de ogen vrij bleven. Het bovenlijf hield men zoveel mogelijk droog. Men lette vooral goed op dat de ellebogen niet nat werden. Zolang de natte gedeelten van het lichaam onder water bleven was er geen temperatuurverschil en bestond er geen gevaar voor koude rillingen.

Nu een moedige en actieve hobby

Geen bezigheid voor doetjes dus. En dat zijn de Stienestekers ook niet. Naast het levendig houden van een traditie zien ze hun activiteit ook als een ode aan de vrouw. Net zoals de vroegere vissersvrouwen die aangewezen waren op zichzelf, zijn ook de huidige vrouwen zelfstandige dames die hun mannetje staan. De kledij werd weliswaar aangepast aan de huidige tijd. De vrouwen dragen vandaag een ‘wader’ en een trendy gele oliejekker. Maar het kruien blijft een fysieke uitdaging, zeker bij sterke stroming, hevige regen en felle wind. Naast het in stand houden van een oude traditie leveren de vrouwen dus evenzeer een sportieve  prestatie met als beloning een ‘taille als een haring’. Vroeger was het garnaalkruien bedoeld om geld in het laatje te brengen. De vangst was in eerste instantie voor het huishouden,. Maar was de opbrengst groot, dan namen de vrouwen de trein naar Rozendaal of de tram tot Duinkerke, waar ze de garnaal gingen uitventen of naar de vismijn brachten. De voorgangers van de Stienestekers waren dus zakenvrouwen en echte commerçanten. Vandaag is dat commerciële aspect niet meer aan de orde. De vangst verdelen de vrouwen onder elkaar. Onlangs schonken de Stienestekers hun garnalen aan het Nationaal Visserijmuseum NAVIGO, als voer voor de vissen in het aquarium.

Met de Stienestekers heeft Oostduinkerke er, naast de paardenvissers, een fenomeen bij. De vrouwen mochten dan ook al op heel wat mediabelangstelling rekenen met gesmaakte passages in Iedereen Beroemd en andere media. Dat brengt veel toeschouwers met zich mee. De liefde voor de zee en de passie waarmee de Stienestekers hun hobby beoefenen mag duidelijk rekenen op een brede belangstelling.

Wil je zelf de Stienestekers aan het werk zien? Hou dan volgend seizoen (van april tot eind september) de kalender in de gaten op de website van de handelaars van Oostduinkerke.

Sophie Muyllaert met dank aan Ineke Stevens en Dorine Geersens

Bronnen

* Zeevisserij aan de Vlaamse kust, met bijdragen van Cecile Baeteman, Ann-Sofie Beun Rudy Declerck, Nathalie Gyselinck, Willem Lanszweert, Fien Leerman, Ineke Steevens en Maja Wolny”, Stichting Kunstboek, 192p.

 

foto:  Jose Vanhoutte